Fokzeugen
In de bio-industrie heeft het moedervarken als enige taak het
produceren van zoveel mogelijk biggen. Zodra de zeug op het
vermeerderingsbedrijf aankomt, wordt ze vastgezet in een uit metalen
buizen vervaardigde constructie. Ze kan zich hierin niet omdraaien en kan
alleen maar opstaan en weer gaan liggen. Hoewel het varken een zeer
sociaal dier is, heeft ze geen enkele mogelijkheid contact te maken met
haar lotgenoten. De vloer bestaat uit een metalen of betonnen rooster
waardoor ze voortdurend in de damp van haar eigen uitwerpselen ligt. Van
nature is het varken een zeer zindelijk dier dat een aparte plek zoekt om
haar behoeften te doen. Om te slapen bouwt ze graag een nest van gras of
stro. Maar voor al dat soort zaken is in de misdadige bio-industrie geen
plaats.
Door de schandalige beperking van haar bewegingsvrijheid, het ontbreken
van sociaal contact en de harde roostervloer vertonen de dieren al snel
onnatuurlijk gedrag als schuimbekken en stangbijten en ontstaan er
pootgebreken en andere stoornissen. Ook de voeding is volstrekt
onnatuurlijk en bestaat voornamelijk uit industrieel krachtvoer.
Reeds enkele weken nadat ze haar jonen heeft geworpen wordt ze opnieuw
middels kunstmatige inseminatie opnieuw gedekt. Voor de meeste fokzeugen
wacht na 2 jaar de dood in het slachthuis omdat ze dan minder vruchtbaar
is geworden of ernstige pootgebreken heeft.
Het leven van een fokzeug in de bio-industrie is een constante marteling
en het is volstrekt onbegrijpelijk dat deze afschuwelijke
dierenmishandeling in een beschaafd land toegestaan is !
Mestvarkens
Reeds na 4 weken worden de biggetjes
bij hun moeder weggehaald en naar het mestbedrijf gebracht. Daar worden
direct de hoektandjes en de staartjes afgeknipt. Zonder verdoving
uiteraard want dat kost weer geld. De mannelijke biggen worden bovendien
onverdoofd gecastreerd om dat anders bij een zeer klein gedeelte van de
dieren een onprettig luchtje aan het vlees kan ontstaan. Deze ingreep is
zeer pijnlijk en daarom bv in Engeland bij de wet verboden.
De dieren staan op betonnen roosters in betonnen hokken waarin ze vaak
niet meer dan een kwart vierkante meter leefruimte per big hebben. Na
enige tijd, als ze niet meer "passen" in die beperkte
ruimte, worden ze overgeplaatst in grotere hokken waar ze echter nog
steeds niet meer dan 1 vierkante meter per dier hebben. Biggen worden in 6
maanden vetgemest tot een gewicht van 100 kg. In die tijd zien ze geen
daglicht.
In de kale betonnen hokken is geen enkele mogelijkheid om natuurlijk
gedrag, zoals wroeten en onderzoeken, te tonen en uit frustratie gaan ze
daarom op elkaars oren bijten en aan elkaars staartresten knagen. Dit
resulteert vaak in ernstige verwondingen.
Na 6 maanden in deze hel, gaan de dieren naar het slachthuis. Voor 1,4
miljoen varkens betekent dit eerst een lange reis naar het buitenland,
meestal naar Italie omdat de ham dan als "Parma ham" verkocht
mag worden. Deze transporten zijn een ware marteling waarbij zo'n 70.000
varkens dood aankomen. De aantallen uitgeputte en gewonde varkens is nog
veel groter. Ook worden er nog eens 3,2 miljoen biggen naar het buitenland
getransporteerd om daar te worden vetgemest.
In veel winkels is vlees met een PVE/IKB-keurmerk te vinden. Bij dit keurmerk
staan vaak vage algemene kreten als 'extra gecontroleerd'. Dit keurmerk zegt
echter niets over dierenwelzijn. Vlees met dit keurmerk komt meestal
rechtstreeks uit de bio-industrie.
ALLEMAAL VOOR UW TONGETJE .....
IEMAND DIE VLEES EET EN NIET WEET WAAR DAT VANDAAN KOMT IS DOM.
IEMAND DIE VLEES EET EN NIET WIL WETEN WAAR DAT VANDAAN KOMT IS LAF.
IEMAND DIE VLEES EET EN WEL WEET WAAR DAT VANDAAN KOMT HEEFT GEEN HART.
TERUG NAAR HOOFDPAGINA
VLEES IS VOOR DE DOMMEN !
GRATIS REIZEN MET DE OV-CHIPKAART ? klik hier